Wat is er

Ik zie hem lopen op straat en klop hem op zijn schouder. We kennen elkaar niet zo goed maar komen elkaar vaak tegen. Ik vraag hoe het met hem is. Als hij zegt: ‘Goed’, kijkt hij even naar de grond. Ik vraag mij af of hij nog iets wil zeggen. Maar hij kijkt mij aan en vraagt hoe het met mij gaat. Als ik ook met goed antwoord blijft het even stil. Ook ik kijk naar de grond en bedenk een nieuwe vraag. ‘Nog steeds hetzelfde werk’? Je wilde toch veranderen van werk’? ‘Nee’, antwoord hij ‘Ik vind het nog prima’. Als hij langs mij heen kijkt ben ik geneigd ook even te kijken. Ik wil weten wat hij ziet. Er zit een schrik in zijn gelaatsuitdrukking. Ik ben op mijn hoedde en wil over mijn schouder kijken. Het gevaar moet achter mij zijn. Ik hoor het niet maar gevaar kan ook geruisloos zijn. Ik zie zijn ogen een beetje op en neer gaan. Er speelt daar achter mij iets schrikwekkend af. Als ik mijn hoofd draai zie ik een lege straat, alleen de wind laat de takken in de boom heen en weer gaan. De donkere lucht zal zo een bui laten vallen. Maar verder is er niets aan de hand. Ik vraag wat er is als ik nog steeds de schrik in zijn ogen zie. Hij kijkt mij vragend aan en zegt dat er niets aan de hand is.

Dit bericht is geplaatst in Minimale fragmenten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *