De regenplas

Een gordijn van kleine fijne druppels regen maakt mijn gezicht nat. De wind heeft ruimbaan en glijdt over de akkers. Net de andere kant op dan waar ik naar toe ga. Hard trap ik er tegen in. Her en der staat een boom die kromgebogen tegen de wind zich verzet. Er is niemand op de weg alleen het kraken van mijn trappers komt boven het geluid van het waaien van de wind uit en lijkt een persoon achter mij te zijn. Even zet ik mijn fiets neer en kijk over de akkers omdat het mij raakt. In de akker waar de stelen van het gewas nog net boven de grond uit komen en de rijen stoppels structuur geven aan het donkere stuk grond, ligt een regenplas. Het water is een lichte plek in de duistere aarde en doorbreekt de strakke structuur van het door tractors gemaakte patroon. Ik zie de drijvende wolken spiegelen in de plas. Ik zie de zwarte aarde en de donkere wolken die de omgeving somber maken. De regen die door de wind een wapperend gordijn is en de regenplas, het raakt mij. Zij maken mij koud en nat. Misschien de schoonheid van droef zijn, de eenzaamheid en de eindeloosheid.

Dit bericht is geplaatst in Minimale fragmenten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *